Cavia eet je met je handen

Het is krap en bedompt in de hut en het ruikt een beetje muf. Langzaam wennen mijn ogen aan het donker. In de hoek zie ik een paar aan elkaar gebonden palen met daarop een hoop dekens. Dat moet het bed zijn. Op de grond ligt een dikke laag hooi. “Soms slapen we gewoon daarop hoor”, zegt José, die samen met zijn vrouw Maria in de hut in de hooglanden van Ecuador woont. “Lekker warm.” En het is niet alleen het hooi dat hen warm houdt tijdens koude nachten in de Andes. Want op de grond krioelt het van de cavia’s. Tientallen beestjes kruipen door de hut.

Ik ben niet in de Ecuadoraanse variant op het tv-programma ‘Mijn huis vol dieren’ beland. En die cavia’s lopen er niet omdat José en Maria zulke grote dierenvrienden zijn. U gruwelt er misschien van, maar vrijwel elke avond verdwijnt er hier zo’n schattige, knuffelbare cavia in de pan. Met z’n tweeën kunnen José en Maria er goed van eten. En als caviahandelaren verkopen ze verder elke week een aantal dieren op de markt in de buurt. Een kleine cavia kost ongeveer 5 dollar, een grote dikke met veel vlees is al snel goed voor 10 dollar. Best prijzig in het arme Ecuador. De cavia’s worden door de meeste Ecuadoranen dan ook vooral gegeten bij feestmaaltijden. Het vlees van dit kleine knaagdier is een echte delicatesse. Het schijnt veel proteïne te bevatten en weinig vet.

Cuy, zoals cavia hier wordt genoemd, staat niet alleen in Ecuador op het menu. Ook in andere Andes-landen, zoals Peru en Bolivia, is het beestje populair. Cavia’s worden hier al duizenden jaren gegeten. Lang voordat Europese ontdekkingsreizigers ze in de 16e eeuw mee naar huis namen. Daar werd het diertje destijds een hip en exotisch huisdier onder rijke Europeanen. Veel Ecuadoranen vinden het maar gek dat Nederlanders er vaak niet aan moet denken om een cavia op te eten. Voor hen is het eten van cavia hetzelfde als een stukje kip.

De meeste mensen uit de hooglanden in Ecuador hebben wel een paar cavia’s voor eigen gebruik thuis. Ze zijn namelijk makkelijk om te verzorgen en goedkoop om te voeden. Maar de beestjes krijgen hier geen leuke naam, zoals in Nederland. Dat doe je nu eenmaal niet met dieren die je vervolgens opeet.

Als er een groot feest op komst is dan kopen ze er nog een paar cavia’s bij, om genoeg vlees voor de hele familie te hebben. Op de wekelijkse dierenmarkt in het noordelijke stadje Otavalo zie ik tussen de koeien, paarden en varkens dan ook veel verkopers met cavia’s. Opgepropt liggen de diertjes te wachten op een koper. Sommige verkopers slepen zelfs zakken vol met cavia’s mee. Een geïnteresseerde koopster vist de ene na de andere cavia uit een zak om te kijken of ze wel gezond zijn, en of ze een mannetje of een vrouwtje te pakken heeft. Uiteindelijk is ze tevreden en ze houdt een dik exemplaar triomfantelijk omhoog voor mijn fototoestel. Die gaat mee naar huis. Om te verdwijnen in een stoofpotje, aardappelsoep met stukken cavia of simpelweg aan het spit.

Misschien dat de eetlust u intussen is vergaan. Maar omdat ik in andere landen ook zonder problemen konijn, kangoeroe en krokodil at, vind ik dat ik terwijl ik in Ecuador ben toch op zijn minst één keer een cavia moet proberen. Ik vraag mijn hoteleigenaar waar ik het beste naartoe kan gaan. Omdat het bereiden van een cavia flink wat tijd kost, belt hij een restaurant voor me waar ik samen met mijn reisgenoten de volgende dag voor de lunch terecht kan.

Als ik het restaurant binnen stap ruik ik al de geur van geroosterd vlees. De restauranteigenaar, en tevens kok, vertelt me dat hij de cavia’s de vorige avond heeft ontveld en de hele nacht gemarineerd. Vervolgens gingen de beestjes 1,5 uur in de oven. Hij heeft de twee cavia’s voor ons doormidden gesneden. Ik krijg één van de achterkanten, inclusief pootjes, voor m’n neus. Vanaf de andere kant van de tafel staren de zwartgeblakerde oogjes van de cavia me aan. Ik begin intussen te twijfelen of dit wel zo’n goed idee was. Voorzichtig neem ik een hapje. Maar ik moet zeggen, het is eigenlijk best lekker! Ook mijn tafelgenoten zijn aangenaam verrast, hoewel het wel een gedoe is om het vlees van de cavia te peuteren. “Gewoon je handen gebruiken”, raadt de restauranteigenaar ons aan. Na een kwartiertje kluiven heb ik genoeg gehad. De hoofden en pootjes hebben we niet aangeraakt, maar verder heeft het ons prima gesmaakt.

Toch moet ik toegeven, als ik het zelf had moeten bereiden was ik waarschijnlijk afgehaakt. Cavia koop je namelijk niet kant en klaar bij de slager of bij de supermarkt. Je zal het beestje zelf moeten doden. En hoe lekker ik het ook vond, daar ben ik geloof ik nog niet helemaal klaar voor.

Deze column verscheen op 8 september 2013 op de website van RTL Nieuws.

© Sandra Korstjens
Eet smakelijk!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s